Waarom is MiFID II een goede zaak voor de belegger?

12/12/2017

Op woensdag 3 januari treedt de beleggersrichtlijn MiFID II in werking. Kortweg kunnen we zeggen dat het een Europese richtlijn betreft die de spelregels vastlegt die financiële instellingen moeten volgen als ze beleggingsproducten aanbieden of als ze daarover advies geven. Maar over MiFID is zoveel meer te vertellen.

In drie episodes maken we u compleet wegwijs. Vandaag: waarom is MiFID II een goede zaak voor de belegger?

Wat verandert MiFID II op het vlak van complexe producten?

MiFID II zorgt ervoor dat meer beleggingsproducten als complex worden beschouwd. Voor dergelijke producten gelden strengere regels: een financiële instelling mag u die alleen nog aanbieden als ze is nagegaan dat u over de nodige kennis en ervaring beschikt om in zo een product te beleggen. U zal uw financiële instelling dus niet zomaar de opdracht kunnen geven om voor u een complex product aan te kopen.

Er bestond in België toch een Moratorium op complexe producten?

Dat klopt. In 2011 ondertekenden bijna alle financiële instellingen in België het zogenaamde Moratorium op de commercialisering van bijzonder ingewikkelde financiële producten. Daarmee riep de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) de financiële sector op om aan particuliere beleggers geen bijzonder ingewikkelde producten te verkopen.

MiFID II vervangt dat Moratorium niet. Voor bijzonder ingewikkelde producten blijft het gelden. Voor minder ingewikkelde producten die niet onder het Moratorium vallen, maar toch niet voor elke belegger zijn weggelegd, gelden voortaan wel strengere regels onder MiFID II.

Wat heb ik als klant aan een versterkte product governance?

Financiële instellingen zullen strengere procedures moeten opzetten om ervoor te zorgen dat de juiste producten bij het gepaste doelpubliek terecht komen.

Hoewel de meeste financiële instellingen in België dat al uit eigen beweging deden, verplicht MiFID II hen nu om:

  • Voor alle producten die ze aanbieden een duidelijke doelgroep te omschrijven (bv. particuliere beleggers met een beleggingshorizon van drie jaar). Ze mogen enkel producten aanbieden waarvan de eigenschappen passen bij de doelgroep.
  • Ervoor te zorgen dat alle producten hun hele levensloop blijven overeenstemmen met de behoeften, kenmerken en doelstellingen van de doelgroep. Stelt een financiële instelling vast dat een product niet meer overeenstemt met de doelgroep, dan moet ze maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de doelgroep wordt aangepast en dat de producten niet langer worden verkocht aan de oorspronkelijke doelgroep.

MiFID II komt met een nieuw type beleggingsdienst: onafhankelijk beleggingsadvies. Wat is dat?

MiFID II maakt inderdaad een onderscheid tussen onafhankelijk beleggingsadvies en niet onafhankelijk beleggingsadvies.

Uw financiële instelling zal voortaan moeten duidelijk maken welk type beleggingsadvies zij aanbiedt. Beide diensten zijn op zich evenwaardig. Een instelling kan zelfs tegelijk onafhankelijk en niet onafhankelijk beleggingsadvies aanbieden. Wel zal een onafhankelijke beleggingsadviseur een aantal extra maatregelen moeten nemen om aan zijn klanten te garanderen dat hij zijn advies niet beperkt tot eigen producten, en hij geen financiële prikkels krijgt om eigen producten te adviseren in plaats van producten van derde partijen.

Onafhankelijk advies

Zegt uw bank of beleggingsonderneming dat ze u onafhankelijk beleggingsadvies verstrekt, dan moet ze een brede waaier aan beleggingsproducten op de markt onderzoeken voordat ze u één of meerdere producten daarvan aanraadt, en gelden een aantal bijkomende regels om ervoor te zorgen dat het advies daadwerkelijk volledig onafhankelijk is.

Niet onafhankelijk advies

Een financiële instelling kan er ook voor kiezen om advies te geven dat niet onafhankelijk is. Daar is niets mis mee. Het betekent enkel dat uw financiële instelling bij haar beleggingsadvies niet noodzakelijk producten van andere financiële instellingen in aanmerking zal nemen, maar zich mogelijk beperkt tot producten die zij zelf heeft ontwikkeld. Uw financiële instelling zal u daarover moeten informeren. Maar ook in dat geval zal zij moeten nagaan of het product geschikt is voor u.

Er gelden nieuwe regels rond commissies die financiële instellingen mogen betalen of ontvangen als zij beleggingsdiensten verlenen. Wat houden die in?

Wanneer een financiële instelling een financieel product verkoopt, zal zij daarvoor vaak een vergoeding ontvangen van de fabrikant van het product, meestal onder de vorm van een commissie. Onder MiFID II zullen financiële instellingen alleen nog onder strenge voorwaarden een commissie kunnen ontvangen of betalen.  

Waarom? Omdat het gevaar bestaat dat er belangenconflicten ontstaan. Een financiële instelling zou immers geneigd kunnen zijn om producten aan te bieden die haar een hogere commissie opleveren, maar die minder geschikt zijn voor de klant. Inducements waren al geregeld onder MiFID I, maar die regels worden aanzienlijk verstrengd.

Commissies of andere geldelijke/niet-geldelijke tegemoetkomingen zijn in principe verboden in het kader van vermogensbeheerdiensten of onafhankelijk beleggingsadvies. Ontvangt een financiële instelling toch nog commissies, dan moet ze die doorstorten aan de klant.

Commissies of andere geldelijke/niet-geldelijke tegemoetkomingen zijn wel toegestaan voor andere diensten dan vermogensbeheer of voor niet-onafhankelijk beleggingsadvies. Voorwaarde is wel dat de financiële instelling kan aantonen dat die commissie de kwaliteit van de dienstverlening aan de klant ten goede komt, bv. door de klant digitale tools te bezorgen waarmee hij zijn beleggingsportefeuille beter kan opvolgen.

Wat is de zorgplicht en wat verandert MiFID II op dat vlak?

Als financiële instellingen beleggingsdiensten aanbieden, moeten ze zich altijd op een loyale, eerlijke en professionele wijze inzetten voor hun klanten. Die norm wordt ook wel de zorgplicht genoemd.

Diezelfde plicht bestond ook al onder MiFID I. Onder MiFID II wordt ze vanaf 2018 verder uitgebreid. Het algemene principe blijft ongewijzigd, maar financiële instellingen zullen nog meer dan vroeger in het belang van de klant moeten handelen. Concreet betekent dat het volgende:

  • Ze moeten hun klanten uitgebreidere informatie bezorgen over de kosten van de diensten en producten die ze aanbieden.
  • Ze moeten hun klanten een schriftelijk rapport overhandigen over het beleggingsadvies dat ze hebben verstrekt.
  • Bij de ontwikkeling van nieuwe producten moet de doelgroep bepaald zijn.

Verder zijn ze verplicht om voldoende voorzichtigheid aan de dag leggen. Ze moeten zich informeren over de financiële situatie en de wensen van hun klanten en hen dan adequaat informeren. Ook de informatie die de klant hen geeft, moeten ze controleren. Op basis daarvan kunnen ze waar nodig beslissen om de gevraagde diensten niet te verstrekken.

Hoe zorgt MiFID II voor betere informatieverstrekking?

Financiële instellingen zullen u beter moeten informeren over de aard van hun diensten. Zij moeten u op voorhand laten weten of ze onafhankelijk beleggingsadvies verstrekken, dus of ze een brede analyse maken van de verschillende soorten financiële instrumenten.

Adviseren ze u een bepaald product, dan zullen de financiële instellingen schriftelijk moeten verantwoorden waarom dat product precies aan uw beleggingsdoelstellingen voldoet (in een zogenaamd ‘geschiktheidsverslag’).

Eenmaal ze beleggingsadvies verstrekt hebben en u een product heeft aangekocht, zullen de financiële instellingen ook moeten aangeven of ze dat product zullen blijven opvolgen en nagaan of het product aansluit bij uw beleggersprofiel. U moet ook weten hoe vaak ze dat zal doen en hoe dat concreet zal verlopen.

Meer transparantie over kosten. Wat houdt dat in?

MiFID II wil ervoor zorgen dat de klant nog beter dan vroeger begrijpt welke kosten hij betaalt voor de aankoop van een product of dienst. Daarom moeten alle kosten die verband houden met de verlening van beleggingsdiensten en met beleggingsinstrumenten worden samengevoegd. Op die manier ziet de klant welke impact die kosten hebben op het rendement van zijn investering.

De financiële instelling moet dat samengevoegd geheel uitdrukken in één bedrag (zowel in contanten als in de vorm van een percentage). Dit zal overzichtelijk worden weergegeven in een illustratie (bv. grafiek) met bijhorende toelichting.

Meer vorming en opleiding voor het personeel. Is dat nodig?

In België moet het personeel bij de financiële instellingen al aan uitgebreide opleidingsvereisten voldoen. Zij moeten opleiding volgen over beleggingsproducten en beleggingsdiensten en worden daarop getest via opleidingsprogramma’s die werden goedgekeurd door de FSMA. Op dit vlak verandert MiFID II niet zoveel voor de Belgische markt. Werknemers die in contact komen met klanten zullen voortaan wel nog beter de essentiële kenmerken van de aangeboden producten moeten kennen, begrijpen en toelichten aan de klant (bv. of het product kapitaalbescherming biedt, wat de fiscale behandeling is van de opbrengsten, wat er gebeurt als de rente schommelt, wat gepaste beleggingstermijn is, …).

Versterkt toezicht, hoezo?

De Europese en nationale financiële toezichthouders krijgen via de MiFID II-regelgeving nieuwe bevoegdheden waarmee ze hun toezichtsbeleid verder kunnen verscherpen.

Vanaf 3 januari zullen de toezichthouders financiële instellingen kunnen verbieden om bepaalde beleggingsproducten aan te bieden op de markt. Dat kan natuurlijk niet zomaar, ze moeten daarvoor een gegronde reden hebben: bijvoorbeeld een product is te complex voor een bepaald type belegger, waardoor die onvoldoende beschermd dreigt te zijn. Een nationale toezichthouder moet voor een dergelijke beperking wel eerst afstemmen met de Europese toezichthouders. 

Komen er strengere sancties?

Ja, de toezichthouders krijgen meer mogelijkheden om financiële instellingen die de nieuwe regels niet respecteren, te sanctioneren. Zo kunnen ze hogere boetes opleggen (tot wel 5 miljoen EUR). De toezichthouders zullen ook sneller bekend kunnen maken dat zij een sanctie hebben opgelegd. Dat moet een afschrikwekkend effect hebben voor financiële instellingen die het niet nauw nemen met de regels, aangezien zij zo aanzienlijke reputatieschade kunnen oplopen.

Klopt het dat een rechtspersoon voor bepaalde financiële transacties over een registratienummer zal moeten beschikken?

Ja, MiFID II voorziet dat banken en beleggingsondernemingen die transacties in financiële instrumenten verrichten, deze transacties moeten melden aan de bevoegde autoriteit (in België is dat de FSMA), en dit uiterlijk aan het einde van de volgende werkdag. Het doel hiervan is toezichthouders toe te laten om sneller instellingen te kunnen opsporen die betrokken zijn bij frauduleuze transacties, zoals misbruik van voorkennis of koersmanipulatie.

Een van de elementen die een financiële instelling moet melden is de identiteit van de opdrachtgever van de transactie. Voor een natuurlijk persoon volstaat het rijksregisternummer als identificatie, maar voor een rechtspersoon is voortaan een LEI of Legal Entity Identifier nodig: een alfanumerieke code met 20 tekens die op een duidelijke en unieke wijze elke juridische entiteit identificeert die actief is op de financiële markten.

Zonder LEI zullen rechtspersonen geen verrichtingen meer kunnen uitvoeren in financiële instrumenten.

Rechtspersonen kunnen een LEI verkrijgen bij een LEI-verstrekker: een organisatie die daartoe is gemachtigd door de Global LEI Foundation (GLEIF).

Op dit moment zijn volgende LEI-verstrekkers in België gevestigd:

Belgische rechtspersonen kunnen er ook voor kiezen om bij een buitenlandse aanbieder een LEI aan te vragen. Een overzicht van alle LEI-verstrekkers is te vinden op de website van de GLEIF: https://www.gleif.org/en/about-lei/how-to-get-an-lei-find-lei-issuing-or....

Waarom bevat MiFID II regels voor telefoongesprekken en elektronische communicatie?

Financiële instellingen moeten onder MiFID II telefoongesprekken en elektronische communicatie (zoals videogesprekken) opnemen en bewaren die betrekking hebben op het ontvangen, doorgeven en uitvoeren van cliëntorders.

Dat moet de toezichthouders helpen om beter te controleren of financiële instellingen hun verplichtingen naleven bij het verlenen van beleggingsdiensten.

Lees ook deel 1 van de reeks: wat is MiFID II?

Meer weten?

U vindt een antwoord op al uw vragen in de volledige brochure over MiFID.

Meer over: