Medewerkers met burn‑out krijgen speciale begeleiding in financiële sector

17 januari 2019 - 3 min leestijd

Burn-out is een maatschappelijk probleem. Dat beseft ook Minister van Volksgezondheid Maggie De Block, die onder andere de financiële sector heeft uitgekozen voor een pilootproject tegen burn-out. Daarmee is de financiële sector een van de eerste sectoren die samenwerken met de overheid om burn-out op een professionele en menselijke manier aan te pakken.

 

In januari 2019 lanceert het Federaal agentschap voor beroepsrisico’s (Fedris) een pilootproject om de burn-outproblematiek in de financiële sector aan te pakken. Het gaat om een traject speciaal bedoeld voor medewerkers die (dreigen te) kampen met een burn-out: ze hebben het moeilijk op het werk, zijn vaker afwezig voor korte periodes of hebben het werk zelfs stopgezet.

Brede ondersteuning

 

Met het begeleidingstraject wil Fedris deze medewerkers ondersteunen bij hun herstel en hen terug vol energie en enthousiasme aan de slag helpen. Er worden sessies aangeboden bij een psycholoog die luistert naar het verhaal van de werknemer en die hem of haar advies geeft over hoe je stress makkelijker de baas kan en hoe je je energie kan terugwinnen. Daarnaast kan ook een kinesist worden ingeschakeld om eventuele lichamelijke klachten, als gevolg van de burn-out, aan te pakken.

Doorheen het hele traject worden de medewerkers ondersteund door hun burn-outbegeleider, die hun vooruitgang opvolgt en een positieve relatie helpt opbouwen tussen de werknemer en zijn of haar werkgever.

Flexibel en op maat

 

Het is een flexibel traject, op de persoon en zijn of haar werkomgeving, dat wordt aanpast aan de behoeften van elk individu en wat hij of zij heeft meegemaakt. Ook het stadium van de burn-out waarin de werknemer zich bevindt kan het traject beïnvloeden.

Het volledige traject duurt hoogstens maximaal negen maanden. Fedris draagt de kosten voor de sessies bij de psycholoog en/of kinesist, de praktische kosten van het traject en ook de verplaatsingskosten van de werknemer.

Het pilootproject gaat officieel van start op 17 januari 2019.