“De klant staat ’s morgens niet op met de droom om te bankieren”

Dit is de ingekorte versie, lees het volledige artikel hier.

Met Wim Mijs als CEO van de European Banking Federation en Rik Vandenberghe als voorzitter van Febelfin krijgen twee financiële beroepsfederaties er nieuwe maar niet onbekende gezichten bij op sleutelposities. 360° polst naar hun mening over het huidige financiële landschap, de spelers van morgen en de rol van Brussel.

Jullie hebben beiden al een indrukwekkend parcours afgelegd in de bankenwereld. Wat zijn voor jullie sleutelmomenten geweest?

Wim Mijs (WM): Voor mij was dit ten eerste de interne opleiding bij ABN AMRO, wat toen een van dé bekendste opleidingen was in Nederland en waar ik ontzettend veel geleerd heb. Ten tweede de periode die ik doorbracht in Brussel ten tijde van het Financial Services Action Plan. Vanop de eerste rij mocht ik toen het politieke spel gadeslaan. En ten derde de periode bij de Nederlandse Vereniging van Banken, pal in de crisis toen er ongelooflijke druk stond op de leden.

Rik Vandenberghe (RV): Ik heb heel mijn carrière doorgebracht bij één instelling. Dertig jaar geleden ben ik begonnen bij de BBL. Ook zij hadden zo’n bekende opleiding maar die heb ik nooit gevolgd. Dat bewijst dat er eigenlijk geen echt afgebakende weg is om vooruit te komen. Wat mij getypeerd heeft - denk ik - is het feit dat ik vaak jobs heb gedaan waar anderen vriendelijk voor bedankten. Dat waren meestal functies in een moeilijke context maar waar je wel enorm uit leert. Vaak volgt de rest automatisch en word je zo ook voor andere dingen gevraagd.

In Luxemburg heeft u ING flink door elkaar geschud.

RV: Dat was net voor de crisis en daar waren inderdaad wel wat uitdagingen. De bank was erg afhankelijk van groepsactiviteiten, private banking en fondsen, het kantorennet was verlieslatend en de retail was niet gezond genoeg. Maar ik mag met enige fierheid zeggen dat ING Luxemburg een heel rendabele bank was toen ik er wegging, ondanks het feit dat de crisis toen al losgebarsten was. Mijn grootste voldoening was echter dat dezelfde mensen die in het begin angst hadden voor verandering, zelf de drijfveren van de verandering waren toen ik wegging.

Mijnheer Mijs, van het Nederlandse niveau bent u overgestapt naar het Europese. Hoe kijkt u met uw ervaring aan tegen goldplating, een probleem voor veel nationale lidstaten?

WM: Het Europese raamwerk aan regels op zich is zeker het probleem niet. Het is heel snel maar ook heel professioneel in elkaar gezet. De Europese Commissie bestempelt de reactivering van de interne markt vandaag als een motor van groei. Goldplating past daar niet in. Na de crisis trokken alle nationale staten zich terug en gingen na wat er intern aan de hand was. Deze keuze voor stabiliteit was terecht maar heeft ook fragmentering opgeleverd. Met de keuze voor een Bankenunie zou je ook tot een level playing field moeten komen.

RV: Het was inderdaad nodig dat er een aantal regels bijkwamen om het vertrouwen te herstellen. Als bankiers moeten we daar nederig over zijn. Mijn aanvoelen is dat Europa goede dingen doet om het level playing field te garanderen. Ik vind dat ze daar ook niet van mogen afwijken en dat de nationale overheden zich best onthouden van goldplating. In feite komt dit neer op het opwerpen van hindernissen voor de Europese integratie.

 Wat vinden jullie van de “stresstesten”? Is die oefening robuust genoeg geweest?

RV: Ik denk dat die testen met grote omzichtigheid, diepgang en verantwoordelijkheid gedaan zijn. Ze tonen aan dat er een fiks verschil is met enkele jaren geleden: het kapitaal is verhoogd, de balansen zijn afgebouwd en de risico’s zijn verminderd.

WM: Het waren in elk geval de strengste testen ooit. De Europese Bankautoriteit heeft er haar geloofwaardigheid mee bewezen en het bankwezen heeft aangetoond dat ze er, voor het grootste deel, goed voor staat. Voor mij was het ook een noodzakelijke voorwaarde. Als je met 28 landen naar een Bankenunie wil, dan moet je gewoon schoon door de poort gaan.

Komen we niet stilaan in een Europa van twee snelheden? EU-zone versus niet-EU-zone, Noord versus Zuid en nu ook SSM (Single Supervisory Mechanism) versus niet-SSM?

WM: De volledige EU heeft een interne markt. Groot-Brittannië heeft haar eigen ruimte en is zich zeer bewust van Londen als financieel centrum. Maar zolang de EU blijft inzetten op haar interne markt, zal Groot-Brittannië niet al te veel afwijken van de eurozone, omdat die een groot economisch belang voor haar meedraagt. Wat Noord-Zuid betreft: de grote zorg van de eurozone is de verdiencapaciteit van een aantal landen die er nu deel van uitmaken. Dat wordt een vraagstuk voor de komende tijd.

Er zijn ook grote verschillen in kredietverlening tussen Noord- en Zuid-Europa.

RV: Over heel Europa kent de kredietverlening ongeveer een status quo sinds het begin van de crisis, maar in België zitten we op +29%. Sommige landen in het Zuiden kennen wel een credit crunch, maar België is daar absoluut niet bij. Integendeel.

Nu we het hebben over kredietverlening: vormen crowdfunding en kredietunies een bedreiging voor de bancaire financiering?

RV: In plaats van het over bedreigingen te hebben, zou ik liever spreken over opportuniteiten om nieuwe diensten te ontwikkelen, nieuwe partnerships aan te gaan en nieuwe ideeën te ontwikkelen. We moeten alles in het werk stellen opdat de toegang tot financiering zo groot mogelijk is. Als je vergelijkt met de VS, zie je dat de fragmentatie hier stukken groter is. Alles wat de groei kan stimuleren, is positief. Als de taart groter wordt, is dat goed voor iedereen.

WM: Zaken zoals crowdfunding of kredietunies zijn nooit slechte initiatieven. Het is voorlopig nog klein, maar het duidt op ondernemerschap.

Wijst het succes ook niet op het feit dat onze afhankelijkheid van bancaire financiering te groot is?

WM: Als je het vergelijkt met de VS: bancaire financiering is bij ons altijd snel, eenvoudig en goedkoop geweest. Wat zijn de voordelen voor een middelgroot bedrijf om naar de kapitaalmarkt te gaan? Het is duur, langzaam en onzeker. Er is ook het verschil tussen de individuele pensioenopbouw in de VS waar er veel meer individuen zijn die een leven lang moeten investeren om een oude dag op te bouwen en onze collectieve pensioensystemen die tot minder particulier initiatief leiden.

RV: De zaken zijn complementair volgens mij. Het is het een én het ander. Er zullen alternatieven opduiken maar samen met wat banken kunnen aanbieden, en dat is positief.

Ziet u daar een toekomst voor de banksector als een soort intermediair of risico-analist?

RV: Waarom niet? Onze sector kan dat proces begeleiden en advies te geven. Er zijn nu al institutionele beleggers die langetermijnfondsen willen plaatsen, maar daar eigenlijk de analysecapaciteit niet voor hebben en een beroep doen op banken. Dus het is zeker niet zonder voorgaande.

WM: Crowdfunding is tot nu toe alleen maar een hoera-verhaal geweest. Er worden leuke en hippe dingen mee gemaakt zoals apps of gadgets. De bedragen zijn nog relatief laag en de investeerders zijn toegewijd. Maar een ongeluk zit in een klein hoekje. Er zou een dag kunnen komen dat iemand zegt: “OK, ik heb nu twee miljoen EUR opgehaald. Ga ik dat product maken of verdwijn ik naar de Bahama’s?”

RV: Vandaar de nood aan advies. Stel je in de plaats van een particulier. Als hij zijn geld op een spaarrekening zet, kijkt hij naar de rente en is er de garantie dat hij zijn centen terugziet. Als die gaat investeren - en dan spreek ik van gewone investeringsproducten, nog niet eens van crowdfunding - dan moet hij plots heel anders gaan denken. De self directed klanten waar men de mond van vol heeft, de mensen die het zelf wel uitzoeken, dat is nog altijd maar een zeer kleine groep.

Er duiken ook nieuwe concurrenten op: Apple Pay, Google Wallet, Amazon…

RV: De wereld verandert ongelooflijk snel, dus je moet je als bank aanpassen. Als je op je stoel blijft zitten, dan riskeer je flinke klappen te krijgen. Het voordeel is dat we de klanten al hebben. Maar je moet wel beseffen dat de klant ’s morgens niet opstaat met de droom om te bankieren. Wel om aan zijn project te werken of om iets te realiseren. Het financiële aspect is daarin maar een noodzakelijk iets. De financiële sector heeft altijd geïnvesteerd in nieuwe projecten en partnerschappen. Elektronische betalingen zijn op die manier tot stand gekomen, net zoals mobiele betalingen of microfinanciering.

WM: Op de heel belangrijke momenten in je leven wil je niet iemand die het een beetje weet, maar wil je echt professioneel advies. Misschien moeten we ook klanten opnieuw de waarde van dat advies leren inzien. Mensen verwachten dat vier academici van de bank ’s avonds bij hen thuis komen om hun situatie uit te spitten en hen twee weken later een gratis plan bezorgen dat dertig jaar geldig blijft. Daar klopt iets niet.

Over naar Brussel dan. Hoe moeten we ons wapenen tegen de Londens, Hong Kongs en Frankfurten van deze wereld?

RV: Het regeerakkoord laat duidelijk zien dat men Brussel wil behouden als financieel centrum en zelfs wil laten groeien. Dat biedt perspectieven en mogelijkheden. In België gebeurt heel veel innovatie, we fungeren vaak als (technologische) testmarkt. Dat zijn zaken waar we moeten op inspelen.

WM: Het is vooral belangrijk dat overheid, sector en toezichthouders op één lijn zitten wat betreft hun belangen. Alleen zo kom je tot een positief vestigingsklimaat en een goede ontwikkeling van bepaalde niches.

RV: De hand die door de overheid uitgereikt wordt, moet zeker aangenomen worden. Ik hoop dat er zo snel mogelijk een forum komt waarin we samen met de overheid kunnen nadenken over de dingen waar we op inzetten. Zo kunnen we het positieve beeld over de financiële sector verbeteren en de groei stimuleren.

Ten slotte: welke tip zouden jullie elkaar geven in jullie nieuwe rol?

WM: Ik heb de laatste jaren met bewondering gezien hoe Febelfin zich snel en met succes aan wijzigende omstandigheden wist aan te passen. En ook hoe sterk ze communiceerde, zie bijvoorbeeld de YouTube filmpjes. Dat laat zien dat er bij Febelfin ruimte is voor creatieve risico’s. Ik hoop dat u die houding behoudt en zelfs verder uitbreidt.

RV: De laatste jaren hebben we het vaak over regelgeving gehad. De banken hebben nu alles in handen om het vertrouwen van de klanten te herwinnen. Ik zou u willen vragen om ons, vanuit uw functie, in die queeste te helpen en ons opnieuw zo dicht mogelijk bij de burger te brengen.

 

Moderator: Thomas Van Rompuy en auteur: Frederic Petitjean