"Geef de sector nu ook toekomst­mogelijkheden"

Dit is de ingekorte versie, lees het volledige artikel hier.

Waar staat de bankensector momenteel? Wat zijn de grote trends in de monetaire politiek? En welke kant gaat het uit met de Europese economie? Dat zijn maar enkele van de vragen die we voor dit eerste nummer van 360° voorlegden aan een panel van deskundigen. Schoven mee aan tafel: Luc Coene (Gouverneur Nationale Bank van België), Herman Van Rompuy (Voorzitter Europese Raad), Bruno Colmant (Professor UCL en Vlerick Business School) en Filip Dierckx (Voorzitter Febelfin).

Mijne heren, we zijn nu vijf, zes jaar na het uitbreken van de bankencrisis. De banken hebben al die tijd flink onder vuur gelegen. Mag de sector stilaan het boetekleed afgooien of is er nog een weg te gaan?

Luc Coene: Die crisis leidde tot een flinke vertrouwensbreuk met het grote publiek, het kost tijd om zo’n breuk te herstellen. Ik denk dat de banken zelf ook kunnen bijdragen aan het herstel. Dit kan gebeuren op vlak van remuneratie, via het stellen van het goede voorbeeld, evenals op vlak van product pushing. De klant moet overtuigd zijn dat in zijn belang gewerkt wordt. Als ze dat kunnen herstellen, zal die bank bashing vanzelf verdwijnen.

Filip Dierckx: Er zijn wonden geslagen, dat is natuurlijk niet te ontkennen en wat gebeurd is, heeft een enorme indruk achtergelaten op de bevolking. Het goede nieuws is dat, zeker in België, de banken heel snel zelf in actie geschoten zijn. Ik denk ook wel dat de bankenwet nu een tijdperk gaat afsluiten en dat we met een propere lei naar de toekomst kunnen kijken. Dat gezegd zijnde: we moeten ook oppassen dat we het zelfvertrouwen van de banken niet te veel naar beneden halen. De bankier moet nog steeds in staat blijven een gezond evenwicht te vinden tussen goede en slechte risico’s, en niet alle risico’s mijden. De fierheid om bankier te zijn moet nog voldoende aanwezig kunnen zijn.

Bruno Colmant: Die bank bashing, van wie kwam die uiteindelijk? Vooral van de aandeelhouders van de banken. Niet van de spaarders want het bedrag waarvoor zij beschermd werden, is zelfs nog uitgebreid. Die vertrouwensbreuk is volgens mij dus veeleer semantisch dan economisch onderbouwd, zelfs veeleer symbolisch dan reëel.

Herman Van Rompuy: Vergeet niet dat we op enkele millimeters geweest zijn van een complete implosie van het systeem. Dat is trouwens ook een van de paradoxen: in wie had het publiek voor de crisis het meeste vertrouwen? In de banken, de markten. In wie veel minder? In de overheden. Maar het zijn wel die overheden die de banken hebben moeten redden. Het vertrouwensprobleem zit volgens mij ook in de risico-aversie die banken nu soms laten zien. Misschien niet zozeer in België, maar bijvoorbeeld wel in de zuiderse landen waar ondernemers graag toegevoegde waarde willen creëren en daarin geremd worden door de banken.

Was deze crisis ook geen cultureel probleem? Een gebrek aan verantwoordelijkheidszin bij het handelen met andermans geld? En zal regelgeving ooit in staat zijn om zo’n cultuur tegen te gaan?

Luc Coene: Het was een mentaliteits­probleem. Voor de crisis heerste een denkbeeld dat we in een nieuw paradigma waren terechtgekomen waarin risico veel beter gespreid was. En dat we dus ook massaal schulden mochten aangaan. Het ‘Greenspan-denken’, zeg maar (lacht). Er was misschien een betere risicospreiding, alleen wisten we niet meer waar het risico nu juist zat.

Filip Dierckx: Die nadruk op leverage is onder Reagan al begonnen. Daarbij kwam nog eens het – misschien overdreven - liberale dogma dat je als bankier ook ondernemer moest zijn. Er werden dus incentives ingebouwd die eigenlijk niet goed ‘gekalibreerd’ waren. Ik heb niets tegen incentives of variabele vergoedingen, maar ze moeten wel langetermijnwaardecreatie nastreven.

Herman Van Rompuy: Het woord ‘cultureel’ is hier niet goed gekozen, denk ik. Het was een combinatie van een marktfalen en een politiek falen. Er bestond een onuitwisbaar geloof in zelfregulering: de markt zou zichzelf wel corrigeren en als er ongelukken gebeuren, tant pis. Deze marktcorrecties volgden niet, alles kon. Maar ook de politiek heeft vanwege die ideologie gefaald, zeker in de VS. Want we konden toch niet alle banken gaan redden? We moesten toch tonen dat de markt nog werkte en we hebben de bankensector beschouwd als een sector als alle andere, wat deze eigenlijk niet is.

Luc Coene: De fout lag ook bij de toezichthouders die enkel naar individuele gevallen keken en geen oog hadden voor het volledige systeem en de systemische risico’s. Dat zijn zaken die door de nieuwe hervormingen opgevangen zijn: grotere buffers qua kapitaal en liquiditeit, betere governance, beter prudentieel toezicht. Dat is een aardverschuiving ten opzichte van de ideologische visies van voor de crisis.

Uit cijfers blijkt dat in Europa de opbouw van zowel private als overheidsschuld nog altijd toeneemt. Tot waar kunnen we dit opnieuw toelaten om groei te creëren en vanaf wanneer begint dit ongezond te worden?

Herman Van Rompuy: Het succes van de stabiele euro en de lage rente werkte de schuldopbouw in de hand. Die rente is nog altijd laag, maar de omstandigheden zijn nu heel anders. Op dit moment is een lage rente geen incentive meer voor publieke overheden om schuld aan te gaan. Waarom? Omdat er enerzijds structurele maatregelen genomen worden door de lidstaten en anderzijds de schuld toch nog blijft stijgen door de lage infl atie in percentage van het BBP. De hele context is dus anders en daarom heb ik nog geen echte angst dat we snel zullen ontsporen. Als we naar de hervormingen kijken - met vallen en opstaan weliswaar – in Frankrijk, in Italië, in Nederland, in het VK zeker ook ... dan gaan wij toch in België nog een tandje moeten bijsteken, als we niet willen dat we achter blijven. We hebben nu vijf jaar zonder verkiezingen ... C’est le moment ou jamais. Als we nu beginnen hervormen, hebben we tegen de volgende verkiezingen resultaat.

Kan de overheid daar een rol in spelen?

Luc Coene: Ja, al was het maar via fiscale weg. Nu is schuldfinanciering nog altijd interessanter dan financiering via aandelen. Daarnaast is er de notionele intrest. Die ligt wel constant onder vuur, maar dat is nu eens een instrument dat toelaat om het eigen vermogen van de bedrijven te versterken.

Bruno Colmant: Het heeft zeker nog zijn nut in het kapitaliseren van ondernemingen, maar misschien moeten we de fiscale stimulans herbalanceren, bijvoorbeeld richting de aftrek van investeringen die direct resultaat hebben op werkgelegenheid in plaats van financieringen met een veeleer beperkte impact op de ‘reële economie’.

Heeft Brussel als financieel centrum nog een toekomst?

Bruno Colmant: Absoluut, maar we moeten een concurrentieel voordeel vinden, een goede niche. België is al een leider in banktechnologie, dat moeten we zeker van naderbij bekijken, uitbouwen en stimuleren. We gaan naar een digitale wereld en hierin het initiatief nemen is ook de beste bescherming tegen nieuwe spelers als Google en Facebook.

Filip Dierckx: IT is een domein waarin we al bewezen dat we er vrij goed in zijn. Alleen zal het essentieel zijn om de reeds zeer zware taxatie van de sector niet meer te verhogen. De financiële sector blijft een belangrijk transmissiemechanisme. Dus je moet voorzichtig zijn met de sector al te zwaar te taxeren of te beperken, of je zet je hele economie onder druk. Het verleden is wat het is. We vergeten dit niet en hebben maatregelen genomen, maar geef onze sector nu toch ook toekomstmogelijkheden.

Herman Van Rompuy: Als je stabiliteit wil, moet je een pact met de komende regering sluiten. Toen ik premier was, hebben we zo’n akkoord gesloten met de energiesector: we houden de kerncentrales nog zoveel jaar open en jullie betalen daarvoor zoveel. Men heeft dat niet geïmplementeerd en het gevolg is dat we ons nu moeten zorgen maken over wanneer het licht letterlijk zal uitgaan.

Om af te sluiten: meneer Dierckx en meneer Colmant, wat zou uw advies zijn aan de toezichthouder en de politiek? En meneer Coene en meneer Van Rompuy, wat adviseren u beiden de financiële en privésector?

Filip Dierckx: Ik ga niets wereldschokkends zeggen als ik zeg dat we de afgelopen jaren een ongelooflijk traject hebben afgelegd. Ik ben optimist: er is een goed evenwicht tussen de stabiliteit van het systeem en een sector die zijn rol kan vervullen. Ik zou inderdaad graag dat pact willen hebben en zorgen dat dit goede  evenwicht, dat met veel discussie tot stand gekomen is, behouden blijft .

Bruno Colmant: We hebben het over een sector die essentieel is voor de economie en waar risico nemen en beheren inherent aan is. Wat voor mij ook essentieel is, is dat de banksector in staat moet zijn om weer nieuwe stakeholders aan te trekken. Dat dit wegens de prijs van het kapitaal niet lukt, is volgens mij een zeer negatief signaal, want het wil zeggen dat mensen (of beter investeerders) niet meer bereid zijn om deel te nemen in het risico van ondernemingen.

Herman Van Rompuy: De grote opgave de komende jaren voor België en Europa is de reële economie. De competitiviteit blijft het dominante thema en de implementatie daarvan blijft voor een groot stuk nationaal. Waarom doet het ene land het zoveel beter dan het andere? Omdat het ene nationale beleid beter is dan het andere. Je kan Europees stimuleren, oriënteren en impulsen geven, maar op het einde moeten de nationale overheden het doen. En als dat niet lukt de komende jaren, dan houd ik toch een beetje mijn hart vast voor de volgende Europese verkiezingen.

Luc Coene: De banken zijn wel uit de crisis maar zitten nu met een nieuwe uitdaging. Ze hebben hun internationale activiteiten flink afgebouwd en beconcurreren elkaar nu fel op de Belgische markt. Dat gaat onvermijdelijk wegen op hun rendabiliteit. Ik voorzie dat het dus moeilijke tijden gaan worden waarin consolidaties bijna onvermijdelijk zullen zijn.

Moderator: Thomas Van Rompuy en auteur: Frederic Petitjean