8 min leestijd

De Belgische financiële sector liet goede resultaten optekenen in 2018, maar er is nood aan nog meer voorzichtigheid op de kredietmarkten. Dat staat te lezen in het tiende Financial Stability Report van de Nationale Bank van België (NBB).

De activering van de contracyclische buffer behoort tot de mogelijkheden. Daarbij moeten banken meer kapitaal aanleggen op het moment dat ze meer leningen verstrekken. De banken nemen hiervan akte, maar waarschuwen voor tegengestelde beleidsimpulsen: langs de ene kant worden mensen via de lage rente aangemoedigd om meer te investeren en te lenen; langs de andere kant worden banken ontmoedigd om die leningen te geven door buffers die worden ingevoerd. Dat is niet helemaal logisch.

De banken pleiten ook voor een planmatige aanpak van de energietransitie. Ze vragen verder dat cyberveiligheid en meer publiek-private samenwerking in de strijd tegen witwassen prioriteiten worden in het regeerakkoord.

Mogelijke activering van de contracyclische buffer

De contracyclische buffer wijst niet op financiële moeilijkheden, maar werkt preventief.

Het gaat zo: wanneer de kredietverlening sterk toeneemt, kan de NBB banken verplichten om extra kapitaal opzij te zetten. Gevolg: de kredietverlening wordt wat afgeremd. In minder goede economische tijden, waarin de kredietverlening moeilijker verloopt, wordt dat kapitaal dan opnieuw vrijgegeven om de kredietverlening te ondersteunen.

De invoering van een dergelijke buffer is geen uitzonderlijke maatregel: hij is al aangekondigd of van toepassing in Bulgarije, Tsjechië, Noorwegen, Zweden, Denemarken, Frankrijk, IJsland, Ierland, Letland, Luxemburg. Ook Duitsland besliste in de voorbije week om het instrument aan te wenden.

In België werd de buffer tot nu toe niet geactiveerd. De Belgische banken zijn namelijk heel goed gekapitaliseerd. Eind 2018 hadden ze een reglementaire kernkapitaal ratio (CET1-ratio) van 15,6%, hetgeen boven het  gemiddelde ligt van 14,7% (juni 2018). De banken nemen wel akte van de mogelijke activering van de contracyclische buffer en wachten de verdere beslissingen van de NBB af.

De versnelling van de kredietcyclus die de NBB vaststelt, bewijst dat de Belgische banken de ruim stimulerende impulsen van het monetaire beleid alvast goed hebben doorgegeven aan de gezinnen en de bedrijven. Dat was dan ook precies de bedoeling van het accomoderende ECB-beleid: de financieringsvoorwaarden heel gunstig maken om de kredietvraag aan te wakkeren.

Maar tegelijk toont de versnelling ook de limieten van het monetair beleid aan. Aan de ene kant moeten banken rente betalen aan de ECB voor het parkeren van overtollige liquiditeit (0,40%). Om die negatieve rente te vermijden, verlenen ze meer krediet. Maar aan de andere kant moeten ze extra kapitaalbuffers aanleggen om de kredietverlening te matigen.

Die tegengestelde beleidsimpulsen hebben ook te maken met de nog heel verschillende economische en financiële omstandigheden in de lidstaten van de eurozone. Een one-size-fits-all-aanpak is niet evident.

Risico’s op de vastgoedmarkt: verantwoorde krediet-verlening moet het uitgangspunt blijven

De geleidelijk klimmende schuldgraad van de Belgische gezinnen ligt nu hoger dan het gemiddelde van de eurozone. Hoewel de situatie in België op dit punt zeker nog gematigder is dan in verschillende andere Europese landen, is de kredietsector zich er wel van bewust dat de hypothecaire kredietverlening met grote zorg moet gebeuren.

De sector beseft dat verantwoorde kredietverlening het absolute uitgangspunt moet blijven. Op dat punt zit de sector op dezelfde lijn als de toezichthouder: de kredietverstrekkers moeten de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen. Zo wordt maximaal vermeden dat individuele kredietnemers te omvangrijke leningen aangaan én wordt op termijn de financiële stabiliteit gevrijwaard.

NBB doet duidelijke aanbevelingen: het is nu aan elke bank om daar op de gepaste manier op te reageren. Het macro- en microprudentieel toezicht moeten met elkaar sporen.

Nauwer samenwerken om schokken bij de energietransitie te vermijden

Febelfin heeft met belangstelling kennis genomen van de enquête die de NBB heeft uitgevoerd over de opvolging van risico’s eigen aan de klimaatwijziging en de energietransitie door de Belgische banken. Hetzelfde geldt voor de financiële markten, die ook de bedoelde fysieke en transitie-effecten zullen moeten verwerken.

Ook voor de Belgische banken heeft de klimaatverandering immers een tastbare en concrete impact. Een kleine greep uit de mogelijke gevolgen, vooral op het vlak van transitie-effecten bij de overgang naar een koolstofarme economie:

  • minder duurzaam vastgoed kan de waarde van hypotheken aantasten;
  • sommige bedrijven zijn gevoelig voor gedragswijzigingen bij consumenten;
  • beleggers kunnen zich terugtrekken uit activiteiten die minder duurzaam zijn of een hoger klimaatrisico vertonen.

Dit alles kan een invloed hebben op de terugbetalingscapaciteit van kredietnemers, op het kredietonderpand, en dus op de kwaliteit van kredieten. Klimaatrisico’s zijn dus ook financiële risico’s, voor burgers, bedrijven, én voor banken.

Wijzigt het beleid niet, dan verliezen we jaarlijks tot 2% van het BNP aan welvaart. Dat kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de financiering van de economie, zoals uit de studie blijkt.

Febelfin heeft duurzaamheid en klimaattransitie centraal geplaatst in haar strategie. Dit jaar wordt er bijvoorbeeld een duurzaamheidslabel uitgerold. Daarnaast is Febelfin een van de voortrekkers van een proefproject van de Europese Commissie om energie-efficiënte hypotheken te stimuleren (EeMAP).

Febelfin gaat dan ook graag in op de uitnodiging van de NBB om nauwer samen te werken zodat toezichthouders en banken klimaatrisico’s beter begrijpen en beheersen. Dat is nodig om de financiële diensten te ontwikkelen die burgers en bedrijven zo goed mogelijk ondersteunen bij de omslag naar een meer duurzame economie.

Van groot belang is ook dat de energietransitie en de vergroening een planmatig pad volgen: een geleidelijk, maximaal voorspelbaar verloop en zo min mogelijk schokken.

Investeringen in cyberveiligheid moeten prioriteit krijgen in het regeerakkoord

Het is een goede zaak dat de NBB nogmaals aandacht vraagt voor IT en cyberrisico’s.

Febelfin vraagt de nieuwe regering om daarbij absolute voorrang te geven aan het beleid rond cyberveiligheid binnen en buiten de financiële sector en om daarvoor de nodige investeringen te doen.

IT- en cyberrisico’s nemen alleen maar toe onder invloed van de opkomst van nieuwe spelers als gevolg van PSD II. Het is niet altijd duidelijk of zij dezelfde standaarden hanteren. We ondersteunen natuurlijk volop innovatie en gezonde concurrentie, maar dit mag niet ten koste gaan van de veiligheid van financiële diensten en het vertrouwen van de burger in het financiële systeem. Daarom zouden bestaande en nieuwe dienstenverleners aan dezelfde veiligheidsnormen moeten voldoen.

Banken voeren samen met de ECB en NBB zeer doorgedreven stresstesten uit in het kader van het TIBER-programma. Ze spelen ook een belangrijke rol bij de sensibilisering van consumenten voor phishing en andere vormen van cyberfraude.

Dat alles vergt wel enorme investeringen, terwijl de rendabiliteit onder druk staat, zeker ook bij kleinere banken. Bijgevolg vragen we de toekomstige regering om te bekijken of we een deel van de inkomsten van de bankenheffingen niet beter aanwenden om de cyberveiligheid in de financiële sector verder te versterken.

Preventie van witwassen: meer publiek-private samenwerking noodzakelijk

Gezien de recente schandalen die veel Europese banken troffen, is het terecht dat de NBB de strijd tegen witwassen als prioriteit aanmerkt.

Belgische banken krijgen op dit vlak wel een vrij goede evaluatie van internationale regelgevers. Maar de strijd moet nog intensiever gevoerd worden. We pleiten dan ook voor meer publiek-private samenwerking, meer inzet van technologie, ook langs de zijde van de overheid. Ook het stimuleren van digitaal betalen kan witwassen verder inperken.

go to top