6 min leestijd

Bijna verdrievoudiging van aantal meldingen van verdachte transacties in tien jaar tijd

De maatschappij beschermen tegen witwaspraktijken en terrorismefinanciering, daarvan maken de Belgische banken een absolute prioriteit. De voorbije jaren kwam er ook strengere regelgeving en scherper toezicht op dit vlak. De banken hebben dan ook enorme investeringen gedaan en inspanningen geleverd om de strijd tegen witwassen op te voeren en hun verantwoordelijkheid als poortwachter op te nemen. Dit blijkt ook uit de cijfers van de CFI (Cel voor Financiële Informatieverwerking), in 2019 waren de kredietinstellingen goed voor 73% van de witwasdossiers die werden doorgegeven aan de gerechtelijke overheden. Dit voor een totaalbedrag van 845 miljoen euro.

Banken zijn dus een fundamentele schakel in de strijd om witwassen tegen te gaan en op te sporen, maar zijn uiteraard slechts één onderdeel van een ruimer geheel. Meer samenwerking tussen alle partijen kan bijgevolg nog meer vruchten afwerpen. Febelfin pleit dan ook voor meer overleg tussen de financiële sector en de publieke instanties (overheid, antiwitwascel, gerechtelijke instanties, etc.) om op een efficiënte manier informatie uit te wisselen om zo de strijd tegen witwassen gezamenlijk op te voeren.  

Regelgeving en toezicht aanzienlijk verstrengd de voorbije jaren

Via nationale en Europese wetten zijn banken verplicht om verdachte praktijken of verrichtingen op te sporen, te onderzoeken en indien nodig te melden bij de bevoegde overheid. Maar fraudenetwerken worden steeds moeilijker te ontrafelen. De regelgeving hieromtrent werd de afgelopen jaren dan ook voortdurend verstrengd: er kwamen stelselmatig bijkomende verplichtingen voor banken op vlak van hun antiwitwasbeleid, en boetes en straffen werden verhoogd.

Banken hebben bijgevolg massaal hun interne organisatie aangepast en geïnvesteerd in - en dat blijven ze trouwens doen - strengere monitoring- en detectieprocedures. Deze procedures laten banken toe om hun wettelijke rol in de strijd tegen witwassen maximaal op te nemen en verdachte klanten, transacties of feiten te melden aan de antiwitwascel (CFI), waardoor deze verder kunnen worden onderzocht en eventueel worden doorgemeld aan het parket.

Bovendien werd ook het toezicht aangescherpt. Europese toezichthouders treden steeds strenger en doortastender op tegen inbreuken. In België is dat niet anders: het aantal inspecties en sancties stijgt merkbaar. De strafrechtelijke sancties gaan tot 2.500.000 euro, bovenop gevangenisstraffen.

Banken spelen sleutelrol

De strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering blijft uitdagend, en banken spelen vandaag een sleutelrol in het opsporen van fraude. We krijgen dan ook een goed rapport van de onafhankelijke Financial Action Task Force (FATF). Die intergouvernementele task force evalueert landen regelmatig op de kwaliteit van hun witwaspreventie:“The Belgian financial sector has a good understanding of the risks and generally seems to take appropriate preventive measures, including in high risk situations.

Dat banken een van de belangrijkste actoren zijn in de strijd tegen witwassen, blijkt ook uit de cijfers van de CFI:  

  • Volgens de laatste cijfers van 2019  meldden kredietinstellingen 11.237 verdachte transacties aan de CFI. Ter vergelijking: in 2010 waren dat er 3.870, bijna een verdrievoudiging
  • Het jaarverslag 2019 van de CFI toont dat kredietinstellingen goed zijn voor 73% van de witwasdossiers die worden doorgegeven aan de gerechtelijke overheden. Het gaat om 845 miljoen euro (op een totaalbedrag van 1,15 miljard euro).

Meer samenwerking en informatie-uitwisseling is noodzakelijk

Het is duidelijk dat de banken een fundamentele schakel zijn om witwassen zoveel mogelijk tegen te gaan en op te sporen. Maar ze maken slechts een onderdeel uit van een groter geheel. De overheid heeft een even belangrijke functie in dit verband. Meer samenwerking tussen alle partijen is dan ook noodzakelijk.

Vandaag is het zo dat banken informatie bezorgen aan de overheid en antiwitwascel, maar daar stopt het vaak. Ze krijgen immers heel weinig informatie terug. Febelfin pleit dan ook voor meer samenwerking tussen de financiële sector en de publieke instanties (overheid, antiwitwascel, gerechtelijke instanties, etc.) om op een veilige manier informatie uit te wisselen, om zo de efficiëntie te verhogen en de handen in elkaar te slaan in de strijd tegen fraude en witwassen”, zegt Karel Baert, CEO van Febelfin. 

Dergelijke vormen van samenwerking tussen alle betrokken stakeholders werden reeds op poten gezet in andere Europese landen, zoals Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Banken zijn absolute voorstander om ook in België een dergelijk platform op te richten.

Daarnaast zou de strijd tegen witwassen gebaat zijn met meer mogelijkheden rond informatie-uitwisseling tussen financiële instellingen onderling. Zo is het banken niet in alle omstandigheden toegelaten om informatie over verdachte transacties of klanten te delen met andere banken. Een formeel en veilig kader voor dergelijke uitwisseling is wenselijk.

Wetgeving moet strijd tegen financiële criminaliteit ondersteunen

Jaar na jaar groeit de rol van de banken in de strijd tegen financiële en georganiseerde misdaad. Banken hebben, naast de wettelijke verplichtingen, ook een moreel engagement ten opzichte van de maatschappij om hun rol als poortwachter ten volle te vervullen.

Banken moeten daarom ten allen tijde een uitgebreide risico-gebaseerde benadering  kunnen toepassen, uiteraard in de eerste plaats bij de aanvaarding van klanten. “Indien er vermoedens zijn van witwassen, moet een bank altijd de mogelijkheid hebben om klanten te weigeren of rekeningen af te sluiten. Wetgeving die dit doel verhindert en banken verplicht om alle bedrijven diensten te leveren valt hiermee moeilijk te rijmen. Dat is waarom de Belgische banksector sterk gekant is tegen een minimale basisbankdienst die zonder onderscheid wordt toegekend aan alle bedrijven. Een bankrelatie met bedrijven die de traceerbaarheid en transparantie van transacties niet hoog in het vaandel dragen staat dan ook meestal haaks op het aanpakken van financiële criminaliteit”, besluit Karel Baert.

go to top