10 min leestijd

Als je geld belegt, wil je niet enkel de garantie dat je belegging goed wordt beheerd maar ook dat je voldoende beschermd wordt. De beleggersrichtlijn MiFID II zorgt daarvoor. Wat ze precies doet, kom je hier te weten.

Striktere regels voor de verkoop van complexe producten

MiFID II zorgt ervoor dat meer beleggingsproducten als complex worden beschouwd. En voor complexe producten gelden strengere regels. Een financiële instelling mag je die alleen nog aanbieden als ze heeft gecheckt dat je de nodige kennis en ervaring hebt om in zo een product te beleggen. Je kan je financiële instelling dus niet zomaar de opdracht geven om voor jou een complex product aan te kopen. 

Er bestond in België toch een Moratorium op complexe producten? toon minder info

Dat klopt. In 2011 ondertekenden bijna alle financiële instellingen in België het zogenaamde Moratorium op de commercialisering van bijzonder ingewikkelde financiële producten. Daarmee riep de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) de financiële sector op om aan particuliere beleggers geen bijzonder ingewikkelde producten te verkopen. 

MiFID II vervangt dat Moratorium niet. Voor bijzonder ingewikkelde producten blijft het gelden. Voor minder ingewikkelde producten die niet onder het Moratorium vallen, maar toch niet voor elke belegger zijn weggelegd, gelden wel strengere regels onder MiFID II.

Striktere procedures om ervoor te zorgen dat de juiste producten bij het juiste doelpubliek terecht komen (product governance)

Financiële instellingen moeten strengere procedures opzetten om ervoor te zorgen dat de juiste producten bij het juiste doelpubliek terecht komen. 

Hoewel de meeste financiële instellingen in België dat al uit eigen beweging deden, verplicht MiFID II hen om: 

  • Voor alle producten die ze aanbieden een duidelijke doelgroep te omschrijven. Dat is bijvoorbeeld: particuliere beleggers met een beleggingshorizon van drie jaar. Ze mogen alleen producten aanbieden waarvan de eigenschappen passen bij de doelgroep. 
  • Ervoor te zorgen dat alle producten hun hele levensloop blijven overeenstemmen met de behoeften, kenmerken en doelstellingen van de doelgroep. Stelt een financiële instelling vast dat een product niet meer overeenstemt met de doelgroep, dan moet ze maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de doelgroep wordt aangepast en dat de producten niet langer worden verkocht aan de oorspronkelijke doelgroep. 

Invoering van een nieuw soort beleggingsdienst: onafhankelijk beleggingsadvies

MiFID II maakt een onderscheid tussen onafhankelijk beleggingsadvies en niet onafhankelijk beleggingsadvies. 

Je financiële instelling moet duidelijk maken welk type beleggingsadvies zij aanbiedt. Beide diensten zijn op zich evenwaardig. Een instelling kan zelfs tegelijk onafhankelijk en niet onafhankelijk beleggingsadvies aanbieden. Wel zal een onafhankelijke beleggingsadviseur een aantal extra maatregelen moeten nemen om aan zijn klanten te garanderen dat hij zijn advies niet beperkt tot eigen producten, en hij geen financiële prikkels krijgt om eigen producten te adviseren in plaats van producten van derde partijen.

Onafhankelijk advies

Geeft je bank of beleggingsonderneming je onafhankelijk beleggingsadvies, dan moet ze een brede waaier aan beleggingsproducten op de markt onderzoeken voordat ze je één of meerdere producten daarvan aanraadt. Er gelden ook een aantal bijkomende regels om ervoor te zorgen dat het advies daadwerkelijk volledig onafhankelijk is.

Niet onafhankelijk advies

Een financiële instelling kan er ook voor kiezen om advies te geven dat niet onafhankelijk is. Daar is niets mis mee. Het betekent enkel dat je financiële instelling bij haar beleggingsadvies niet noodzakelijk producten van andere financiële instellingen in aanmerking zal nemen, maar zich mogelijk beperkt tot producten die zij zelf heeft ontwikkeld. Je financiële instelling moet je daarover informeren. Maar ook in dat geval zal zij moeten nagaan of het product geschikt is voor jou.

Beperkingen op commissies die financiële instellingen kunnen betalen en ontvangen als zij beleggingsdiensten verstrekken

Wanneer een financiële instelling een financieel product verkoopt, zal zij daarvoor vaak een vergoeding ontvangen van de fabrikant van het product. Meestal is dat onder de vorm van een commissie. Onder MiFID II kunnen financiële instellingen alleen nog onder strenge voorwaarden een commissie ontvangen of betalen.  

Waarom? Omdat het gevaar bestaat dat er belangenconflicten ontstaan. Een financiële instelling zou geneigd kunnen zijn om producten aan te bieden die haar een hogere commissie opleveren, maar die minder geschikt zijn voor de klant. Inducementswaren al geregeld onder MiFID I, maar die regels zijn aanzienlijk verstrengd. 

Commissies of andere geldelijke/niet-geldelijke tegemoetkomingen zijn in principe verboden in het kader van vermogensbeheerdiensten of onafhankelijk beleggingsadvies. Ontvangt een financiële instelling toch nog commissies, dan moet ze die doorstorten aan de klant.

Commissies of andere geldelijke/niet-geldelijke tegemoetkomingen zijn wel toegestaan voor andere diensten dan vermogensbeheer of voor niet-onafhankelijk beleggingsadvies. Voorwaarde is wel dat de financiële instelling kan aantonen dat die commissie de kwaliteit van de dienstverlening aan de klant ten goede komt, bv. door jou digitale tools te bezorgen waarmee je jouw beleggingsportefeuille beter kan opvolgen.

Versterkte zorgplicht voor verleners van beleggingsdiensten

Als financiële instellingen beleggingsdiensten aanbieden, moeten ze zich altijd op een loyale, eerlijke en professionele wijze inzetten voor jou. Dat wordt de zorgplicht genoemd. 

Diezelfde plicht bestond ook al onder MiFID I maar werd verder uitgebreid onder MiFID II. Het algemene principe bleef ongewijzigd maar financiële instellingen moeten nog meer dan vroeger in jouw belang handelen. Concreet betekent dat het volgende:

  • Ze moeten je uitgebreidere informatie bezorgen over de kosten van de diensten en producten die ze aanbieden.
  • Ze moeten je een schriftelijk rapport overhandigen over het beleggingsadvies dat ze hebben verstrekt.
  • Bij de ontwikkeling van nieuwe producten moet de doelgroep bepaald zijn. 

Verder zijn ze verplicht om voldoende voorzichtigheid aan de dag leggen. Ze moeten zich informeren over jouw financiële situatie en wensen en je daarover informeren. Ook de informatie die jij hen geeft, moeten ze controleren. Op basis daarvan kunnen ze beslissen om de gevraagde diensten al dan niet te verstrekken.

Betere informatieverstrekking aan de klant

Financiële instellingen moeten je beter informeren over de aard van hun diensten. Zij moeten je op voorhand laten weten of ze onafhankelijk beleggingsadvies verstrekken. En dus ook of ze een brede analyse maken van de verschillende soorten financiële instrumenten. 

Adviseren ze je een bepaald product, dan zullen de financiële instellingen schriftelijk moeten verantwoorden waarom dat product precies aan jouw beleggingsdoelstellingen voldoet.

In een zogenaamd "geschiktheidsverslag". 

Eenmaal ze beleggingsadvies verstrekt hebben en jij een product hebt aangekocht, moeten de financiële instellingen ook aangeven of ze dat product blijven opvolgen en nagaan of het product aansluit bij je beleggersprofiel. Jij moet weten hoe vaak ze dat zal doen en hoe dat concreet zal verlopen.

Meer transparantie over kosten

MiFID II zorgt ervoor dat je nog beter dan vroeger begrijpt welke kosten je betaalt voor de aankoop van een product of dienst. Daarom moeten alle kosten die verband houden met de verlening van beleggingsdiensten en met beleggingsinstrumenten worden samengevoegd. 

Op die manier ziet je welke impact die kosten hebben op het rendement van je investering. 

De financiële instelling moet dat samengevoegd geheel uitdrukken in één bedrag (zowel in contanten als in de vorm van een percentage). Dit wordt overzichtelijk weergegeven in een illustratie (bv. grafiek) met bijhorende toelichting. 

Meer vorming en opleiding voor het personeel

In België werd het personeel bij de financiële instellingen altijd al uitgebreid opgeleid. De werknemers volgen opleidingen over beleggingsproducten en beleggingsdiensten en worden daarop getest via opleidingsprogramma’s die zijn goedgekeurd door de FSMA. Op dit vlak heeft MiFID II niet zoveel veranderd. 

Maar werknemers die in contact komen met klanten moeten sindsq MiFID II nog beter de essentiële kenmerkenvan de aangeboden producten kennen, begrijpen en aan jou toelichten. Bijvoorbeeld: of het product kapitaalbescherming biedt, wat de fiscale behandeling is van de opbrengsten, wat er gebeurt als de rente schommelt, wat gepaste beleggingstermijn is, …

Striktere sancties en nieuwe bevoegdheden voor toezichthouders

Toezichthouders kunnen financiële instellingen verbieden om bepaalde beleggingsproducten aan te bieden op de markt. Dat kan natuurlijk niet zomaar, ze moeten daarvoor een gegronde reden hebben. Wat kan dat zijn? Bijvoorbeeld dat een product te complex is voor een bepaald type belegger, waardoor die onvoldoende beschermd dreigt te zijn. Een nationale toezichthouder moet voor een dergelijke beperking wel eerst afstemmen met de Europese toezichthouders.  

Toezichthouders kunnen financiële instellingen die de regels niet respecteren ook sanctioneren. Zo kunnen ze boetes opleggen tot wel 5 miljoen EUR. De toezichthouders kunnen ook sneller bekend maken dat zij een sanctie hebben opgelegd. 

Betere identificatie van opdrachtgevers van financiële transacties om marktmisbruik sneller op te sporen

MiFID II voorziet dat banken en beleggingsondernemingen die transacties in financiële instrumenten verrichten, deze transacties moeten melden aan de bevoegde autoriteit (in België is dat de FSMA), en dit uiterlijk aan het einde van de volgende werkdag. Het doel hiervan is toezichthouders toe te laten om sneller instellingen te kunnen opsporen die betrokken zijn bij frauduleuze transacties, zoals misbruik van voorkennis of koersmanipulatie.

Een van de elementen die een financiële instelling moet melden is de identiteit van de opdrachtgever van de transactie. Voor een natuurlijk persoon volstaat het rijksregisternummer als identificatie, maar voor een rechtspersoon is voortaan een LEI of Legal Entity Identifier nodig.

Dit is een alfanumerieke code met 20 tekens die op een duidelijke en unieke wijze elke juridische entiteit identificeert die actief is op de financiële markten.

Zonder LEI zullen rechtspersonen geen verrichtingen meer kunnen uitvoeren in financiële instrumenten. 

Waar kan je een LEI krijgen? toon minder info

Rechtspersonen kunnen een LEI krijgen bij een LEI-verstrekker: een organisatie die daartoe is gemachtigd door de Global LEI Foundation (GLEIF).

Op dit moment zijn volgende LEI-verstrekkers in België gevestigd: 

Belgische rechtspersonen kunnen er ook voor kiezen om bij een buitenlandse aanbieder een LEI aan te vragen. Een overzicht van alle LEI-verstrekkers is te vinden op de website van de GLEIF.

Striktere regels voor telefoongesprekken en elektronische communicatie in het kader van beleggingsdiensten

Financiële instellingen moeten telefoongesprekken en elektronische communicatie (zoals videogesprekken) opnemen en bewaren als die iets te maken hebben met het ontvangen, doorgeven en uitvoeren van cliëntorders. 

Dat moet de toezichthouders helpen om beter te controleren of financiële instellingen hun verplichtingen naleven bij het verlenen van beleggingsdiensten.

go to top