Brussel belicht troeven als financieel centrum

31/05/2017

Met Brexit in het vizier zetten verschillende financiële centra hun beste beentje voor om Britse bedrijven over te halen zich te vestigen in hun stad. Frankfurt, Parijs, Luxemburg of Amsterdam: allen werpen ze zich op als financiële hub bij uitstek. Maar ook ons eigenste Brussel heeft troeven waarmee het zich op de kaart kan zetten.

Gisteren stak het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met staatssecretaris voor buitenlandse handel, Cécile Jodogne, het Kanaal over om het Britse publiek te overtuigen van de kwaliteiten van onze hoofdstad.

Brexit hertekent financiële centra

Na Brexit dreigen een groot aantal financiële zwaargewichten in Londen hun Europese paspoort te verliezen waardoor ze geen toegang meer zullen hebben tot de Europese eengemaakte markt.

Om hun klanten op het Europese vasteland toch te kunnen bedienen, richten sommige Britse financiële instellingen een dochteronderneming op in een andere EU-lidstaat en hevelen ze (een deel van) hun activiteiten en personeel over naar Europa.

De financiële hubs op het Europese vasteland zien uiteraard brood in deze shift. Zo mag Frankfurt, de thuisbasis van de Europese Centrale Bank, binnenkort alvast een aantal belangrijke Britse banken verwelkomen.

Luxemburg, dat al meteen na Brexit op de lobbykar sprong, is dan weer een geduchte concurrent om beleggingsinstellingen te lokken. Een verhuis naar Parijs lijkt eveneens een mogelijkheid omdat veel banken daar al een dochteronderneming hebben. Ook Amsterdam dingt mee naar een stuk van de koek en mikt, samen met Berlijn, eerder op fintechspelers.

Brussel: financieel centrum in het hart van Europa

Maar ook Brussel kan heel wat troeven op tafel leggen.

In de Belgische hoofdstad hebben enkele van de grootste financiële spelers ter wereld met een sterke traditie in betalingstechnologie hun hoofdzetel gevestigd. Denken we maar aan Euroclear, SWIFT, MasterCard of The Bank of New York Mellon.

Brussel ligt centraal in Europa en is door de aanwezigheid van meerdere Europese instelingen het beslissingscentrum van de Europese Unie. Onze meertaligheid, hoge scholingsgraad en internationale verbindingen zijn bijkomende troeven.

Bovendien zijn de Belgen allesbehalve digibeten. Zo scoorde ons land een zesde plaats in de Digital Economy & Society-index (DESI) van de Europese Commissie die landen rangschikt volgens hun digitale competitiviteit.

We regelen onze bankzaken op onze smartphone, betalen met digitale facturen en dat allemaal via een snel 4G-netwerk. Daarentegen kampen we met een tekort aan technische profielen zoals datawetenschappers, wat aantoont dat ons onderwijsaanbod beter afgestemd kan worden op de digitale noden van de toekomst.

Met het ‘Digital Belgium’-project heeft Minister De Croo alvast een digitale langetermijnvisie voor ons land uitgetekend waarin naast de digitale economie en overheid ook wordt ingezet op digitale vaardigheden en jobs.

De overheid levert overigens veel inspanningen om ervoor te zorgen dat België de fintechboot niet mist. Tekenend is onder meer de oprichting van B-Hive, een uniek initiatief waarbij de Belgische overheid, banken en verzekeraars samenwerken met fintechbedrijven.

Ook de toezichthouders hebben aandacht voor ontwikkelingen in financiële technologie. Zo riepen de FSMA en de Nationale Bank onlangs een gezamenlijk aanspreekpunt in het leven voor fintechbedrijven. Hier kunnen ze terecht met alle vragen over hoe hun innovatieve financiële technologie kan passen in het Belgische regelgevende kader, dat op zijn beurt veiligheid, zekerheid en bekwaamheid biedt.

Dankzij de gezamenlijke inspanningen van de overheid en de financiële sector biedt Brussel dus een aantal interessante toekomstperspectieven.

De komst van Lloyd’s of London, de grootste verzekeringsmarkt ter wereld en een “instituut” in de Londense City, is alvast een grote opsteker voor ons land en zou andere financiële spelers weleens kunnen overtuigen om ook de sprong naar Brussel te wagen.

Meer over: