Wie moet extra heffing betalen?
De extra heffing van 4% moet betaald worden door alle Belgische fiscale residenten met een roerend inkomen dat op jaarbasis hoger ligt dan 20.020 EUR. De extra heffing heeft enkel betrekking op het deel dat 20.020 EUR overschrijdt. Voorbeelden van roerende inkomsten zijn: interesten op rekeningen en termijnrekeningen, opbrengsten van kasbons en obligaties, dividenden van aandelen.
Geldt de extra heffing voor spaarrekeningen?
De verplichte extra heffing van 4% geldt niet voor de interesten op gereglementeerde spaarrekeningen.Spaarrekeningen behouden hun bijzonder fiscaal regime:
- De eerste schijf van 1.830 EUR interesten per persoon en per jaar is niet belastbaar.
- Alle interesten die dit bedrag overschrijden, zijn belastbaar tegen een tarief van 15%. In voorkomend geval moet de belastingplichtige de som maken van al de interesten ontvangen op zijn spaarboekjes en het verschil boven de grens van 1.830 EUR aangeven.
Enkel het deel boven de 1.830 EUR per persoon en per jaar telt mee voor de berekening van de 20.020 EUR.
Hoe de grens van 20.020 EUR te berekenen?
De grens van 20.020 EUR wordt berekend per kalenderjaar (van januari tot december). Een financiële instelling kan niet bepalen of de roerende inkomsten van de klant die grens overschrijden, omdat de meeste mensen bij verscheidene financiële instellingen klant zijn. Ook kan het zijn dat een klant nog effecten op naam bezit, zonder dat een financiële instelling ervan op de hoogte is. Bijgevolg is het voor één instelling onmogelijk om een zicht te hebben op het volledige roerend vermogen van de klanten.
Klanten moeten daarom zelf nagaan of ze al dan niet meer dan 20.020 EUR roerende inkomsten hebben. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen op basis van hun inkomsten van vorig jaar.
Welke opties heeft de klant?
Klanten worden nu ingelicht door de banken, vaak per brief of via een rekeninguittreksel, dat er een keuze kan gemaakt worden tussen (1) de bronheffing of (2) communicatie en verplichte aangifte.
a. Optie 1: bronheffing
Alle Belgische fiscale residenten - ook diegenen met roerende inkomsten onder de grens van 20.020 EUR - kunnen kiezen voor inhouding van de 4% aan de bron. De keuze heeft enkel betrekking op de inkomsten die aan de extra heffing zijn onderworpen.
In dat geval moet de klant die inkomsten niet meer aangeven en kan hij/zij dus een gedeeltelijke anonimiteit behouden. Volgens de wet moeten de andere roerende inkomsten vanaf inkomstenjaar 2012 in alle gevallen aangegeven worden.
Indien achteraf blijkt dat de klant minder dan 20.020 EUR roerende inkomsten heeft, dan zal hij/zij de bijdrage kunnen recupereren via de aangifte.
b. Optie 2: Communicatie en aangifteplicht
In het geval de klant niet kiest voor de inhouding aan de bron of in het geval de klant zijn/haar keuze niet bekendmaakt, zullen de banken de gegevens over die roerende inkomsten moeten overmaken aan de overheidsdienst financiën en zullen klanten die roerende inkomsten ook moeten aangeven in de personenbelasting.
Moeten klanten vanaf 1 augustus 2012 nalatigheidsinteresten betalen?
De nalatigheidsinteresten, die volgens de wet kunnen aangerekend worden vanaf 1 augustus 2012, zijn niet voor rekening van de klant.
