
Vandaag stelt Prof. Dr. Nancy Huyghebaert van de KU Leuven, naar aanleiding van een persconferentie samen met de Beroepsvereniging voor het Krediet (BVK) de resultaten voor van een studie naar het belang van kredietverlening aan particulieren, d.w.z. zowel consumentenkrediet als hypothecair krediet, voor de Belgische economie.
Uit de studie van de KU Leuven blijkt dat de kredietverlening aan particulieren niet alleen een levensader vormt voor, maar ook een substantiële impact heeft op de Belgische economie.
Ook komt uit de studie naar voor dat krediet, inzonderheid het consumentenkrediet, gekenmerkt wordt door een procyclisch karakter, m.a.w. gezinnen gaan een daling in het beschikbaar inkomen NIET ‘compenseren’ door meer kredieten op te nemen.
Mevrouw Marianne Delbrouck, Voorzitster van de BVK, deed dan ook een oproep aan de verschillende overheden om “in een klimaat van wederzijds vertrouwen het krediet aan particulieren te ondersteunen en te stimuleren, niet alleen via een soepel en evenwichtig wettelijk kader, maar ook via stimuli, zoals de interestbonificatie van 1,5% voor groene kredieten, een maatregel die sinds eind vorig jaar is afgelopen.”
Uit de studie komt naar voren dat zowel het consumentenkrediet als het hypothecair krediet een substantiële impact hebben op de Belgische economie.
Bijdrage aan het BBP
Naar schatting zou de groei van het BBP in 2010 (+2,46%) bijna een half procent lager gelegen hebben - ofwel slechts 2,00% bedragen hebben - indien de kredietverlening geen stijging zou gekend hebben (d.w.z. een groei in consumenten- en hypothecaire kredieten in 2010 gelijk aan 0%). Het consumentenkrediet leverde op die manier een bijdrage van 0,34% tot het BBP, het hypothecair krediet een bijdrage van 0,12%.
Belang voor sectoren
De sectoren die het meest beïnvloed worden door het consumentenkrediet zijn de auto-industrie, de meubelindustrie, de productie van huishoudtoestellen, alsook in mindere mate de kledingindustrie. Voor hypothecair krediet is dit logischerwijs de bouwsector.
Groei consumentenkredieten in relatie met groei beschikbaar inkomen
Uit de studie blijkt - in tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen – dat gezinnen (en kredietverschaffers) een daling van het beschikbare inkomen NIET “compenseren” door meer kredieten op te nemen (te verlenen). De groei van consumentenkredieten blijkt daarentegen juist in sterke mate gecorreleerd te zijn aan een toename van het beschikbaar inkomen van de gezinnen.
Zowel een toename van de kredietverlening (consumentenkredieten) als een toename van het beschikbaar inkomen van de gezinnen zijn in gelijke mate van belang om de groei van de consumptie te verklaren.
Tot eind vorig jaar gaf de overheid een interestbonificatie van 1,5% voor kredieten bestemd voor welbepaalde energiebesparende doeleinden, zoals het plaatsen van (drie)dubbele beglazing, de vervanging van een oude stookketel, … Deze maatregel werd niet verlengd in 2012.
Uit het onderzoek van Professor Nancy Huyghebaert naar de impact van regerings-maatregelen zoals de groene kredieten met interestbonificatie, maar ook van de woonbonus, blijkt dat dergelijke maatregelen een substantiële impact hebben.
De BVK pleit dan ook voor het behoud van gelijkwaardige maatregelen en voor een volwaardig alternatief, op regionaal niveau, van dergelijke stimuli die voor de consument de uiteindelijke aanzet kunnen vormen om tot (energiebesparende) investeringen over te gaan.
Meer informatie kan worden verkregen bij de Mevr. Pamela Renders, woordvoerster van Febelfin (02 507 68 31 – 0477 39 99 79 – pr@febelfin.be).